• It Architectuur Amersfoort

  

  • Home
  • Publicaties
  • Blog
  • Een kwaliteitsraamwerk voor architectuur

Een kwaliteitsraamwerk voor architectuur

18 december 2016

Ik ben de afgelopen periode veel bezig met het onderwerp datakwaliteit. Datakwaliteit zegt iets over de mate waarin gegevens voldoen aan impliciete of expliciete verwachtingen. Als je je beseft dat een architectuur eigenlijk ook een verzameling gegevens (uitspraken, modellen) is dan is een datakwaliteitsperspectief op architectuur interessant. Het kan inzicht geven in wat kwaliteit van architectuur betekent. Daarnaast kan het gebruikt worden om de kwaliteit van een bestaande architectuur inzichtelijk te maken. Dit blog item doet een voorzet voor een kwaliteitsraamwerk voor architectuur.

Er is een overvloed aan raamwerken voor datakwaliteit. Er zijn echter ook standaarden en deze bieden een goede en objectieve basis. De belangrijkste standaard is de ISO/IEC 25012 standaard die onderdeel uitmaakt van de Software product Quality Requirements and Evaluation (SQuaRE) reeks. Deze standaard beschrijft standaard kwaliteitsdimensies en begrippen voor het redeneren over datakwaliteit. Hij moet eigenlijk tesamen met de ISO/IEC 25024 standaard worden gelezen. Deze verdiept de kwaliteitsdimensies tot indicatoren en bijbehorende meetfuncties die het mogelijk maken om datakwaliteit op uniforme wijze te meten en over te rapporteren. Opvallend is overigens dat ISO nog een standaard op het gebied van datakwaliteit heeft: de ISO 19157, die specifiek gericht is op kwaliteit van geodata. Alhoewel deze standaarden los van elkaar lijken te zijn ontwikkeld blijkt dat ze wel met elkaar te integreren zijn.

Het kwaliteitsraamwerk dat ik voorstel hanteert kwaliteitsdimensies uit ISO/IEC 25012, die breder zijn dan bijvoorbeeld die uit ISO 19157. Ik heb ze voor de leesbaarheid vertaald naar het Nederlands. Ik stel daarnaast een aantal indicatoren voor die deels bijna 1-1 overeenkomen uit genoemde standaarden, maar voor een ander deel ook specifiek voor architectuur zijn. Belangrijk is dat architectuuruitspraken en -modellen erg verschillend van aard zijn. Architectuuruitspraken staan typisch in documenten en vallen in de categorie ongestructureerde gegevens. Modellen zijn veelal gedefinieerd in modelleertools, waar vaak ook een repository onder ligt, en vallen in de categorie gestructureerde gegevens. Voor uitspraken ga ik uit van los identificeerbare uitspraken; zinnen in een lopende tekst zijn lastig te beoordelen.

Idealiter zijn indicatoren zoveel mogelijk objectief en kun je ze geautomatiseerd meten. Ik heb toch ook een aantal subjectieve indicatoren benoemd, omdat ze wel relevant zijn om een goed beeld te kunnen geven van de kwaliteit van een architectuur (ik heb ze voorzien van de tekst “(s)”). Voor het meten van subjectieve indicatoren zijn enquêtes een goed middel. De indicatoren zijn zoveel mogelijk op het niveau van individuele elementen (uitspraken, modelelementen) meetbaar. Hierdoor kan een rapportage worden gemaakt waarin relatief fijnmazig, alsook in percentages kan worden gerapporteerd vanuit de verschillende kwaliteitsdimensies.

Juistheid

  • Existentie (s): de mate waarin modelelementen overeenkomen met objecten in de werkelijkheid.

Compleetheid

  • Semantiek: de mate waarin modelelementen zijn voorzien van een definitie.
  • Representativiteit (s): de mate waarin alle belangrijke modelelementen zijn benoemd.
  • Commissie: de mate waarin modelelementen onterecht zijn opgenomen (bijv. dubbel of omdat ze niet in scope zijn)

Consistentie

  • Zingeving: de mate waarin uitspraken direct of indirect (via andere uitspraken) zijn gekoppeld aan doelstellingen.
  • Omgevingsgerichtheid: de mate waarin uitspraken direct of indirect (via andere uitspraken) zijn gekoppeld aan externe ontwikkelingen.
  • Conceptuele consistentie: de mate waarin de modelelementen voldoen aan het gehanteerde metamodel (bijv. ArchiMate).
  • Samenhang: de mate waarin modelelementen zijn gerelateerd aan modelelementen van aanpalende concepten in het metamodel.
  • Referentiële integriteit: de mate waarin modelelementen verwijzen naar bestaande andere modelelementen.

Plausabiliteit

  • Onderbouwd: de mate waarin uitspraken zijn voorzien van een onderbouwing (rationale).
  • Verifieerbaarheid: de mate waarin feiten zijn onderbouwd door een referentie naar een brondocument.
  • Overtuigendheid (s): de mate waarin belanghebbenden zijn overtuigd door de onderbouwing van een uitspraak.

Begrijpelijkheid

  • Leesbaarheid: de mate waarin uitspraken en modelelementen gebruik maken van woorden die gangbaar zijn (bijv. onderdeel van B1) of anders expliciet zijn gedefinieerd.

In dit blog item heb ik een aanzet gegeven voor een kwaliteitsraamwerk voor architecturen. Mijn doel daarmee is vooral om een indruk te geven van relevante kwaliteitsaspecten. Ik heb geen volledigheid nagestreefd; je zult zelf goed moeten bedenken of de voorgestelde indicatoren ook passend en voldoende zijn in een specifieke context. De eerder genoemde ISO standaarden zijn anders een goede inspiratiebron voor aanvullende indicatoren. Je kunt ook verder gaan en de indicatoren inbouwen in architectuurrepositories en daar geautomatiseerd kwaliteitsrapportages mee genereren. Uiteindelijk weet je het pas echt als je het ook meet. 

Danny Greefhorst (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) is directeur en principal consultant bij ArchiXL.

Social Bookmarks

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

Contact

ArchiXL B.V.
Nijverheidsweg Noord 60-27
3812 PM Amersfoort

Telefoon: 033 258 5545

E-mail: info@archixl.nl

   

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuws en ontwikkelingen binnen ArchiXL?

Aanmelden voor de nieuwsbrief